En Passant

Brussel is een architectonische mash up van stijlen en functies. De vernieuwing van de stad lijkt niet zozeer op stedelijk niveau gecoördineerd te worden, maar door bedrijven en initiatieven die bestaande panden renoveren of grootschalige nieuwbouwprojecten opzetten en uitvoeren. Vaak is de relatie tussen de architectonische hoogstanden en de omgeving ver te zoeken. Bij de vernieuwingen door kunstinitiatieven wordt vaak wel een poging gedaan de leefomgeving te betrekken. Maar tegelijkertijd blijven oude structuren bestaan en gaan bewoners hun gang.


Omdat ik redelijk vaak kunstmusea en initiatieven voor hedendaagse kunst bezoek en daarvoor ook met enige regelmaat op reis ga, is het me al vaak opgevallen hoe ingrijpend een wijk kan veranderen wanneer er een culturele hotspot wordt gevestigd. En ook hoe de processen van verandering en vooruitgang met horten en stoten plaats vinden. En tot welke tegenstellingen dit vaak onbedoeld kan leiden omdat het lang kan duren voordat een hele wijk wordt aangepakt.

Brussel bezoek ik graag voor de prachtige musea en galerieën, maar zeker ook voor de architectuur – Jugendstil en modernistisch- en stedenbouwkundige jungle in de verschillende wijken rondom het historische centrum. En om creatieve chaos en de culturele hotspot die Brussel maakt tot wat het is.

 

En Passant; een route voorbij hedendaagse musea en kunstcentra in Brussel. 

  • Art et Marges | Marollen

  • WIELS | Vorst, Zuid

  • MIMA | Molenbeek

  • Centrale for Contemporay Art | Brussel centrum, Noord

  • Kanal / Centre Pompidou | Noord

 

In En Passant staat niet de gerenoveerde of nieuwbouw architectuur van de kunstinstellingen centraal, maar de (geconstrueerde) omgeving waarin deze nieuwe hotspots zich bevinden. De meeste toeristen stappen rechtstreeks uit de tram het museum binnen, en hebben weinig oog voor de wijk en de leefomgeving van mensen die daar al tientallen jaren wonen of zijn opgegroeid. De mate waarin de omgeving van het museum mee wordt geupcycled verschilt per wijk, net als de mate waarin de directe omgeving weet te profiteren of juist last heeft van de hotspot in de wijk.

 

Voor mijn project richt ik mijn camera op de constellaties van gebouwen die net zo divers zijn als de verschillende populaties die al generaties lang de wijken bevolken. De manier waarop al die mensen met hun eigen levens dicht op elkaar leven in de stad, vertaal ik in strak gekaderde beelden waarin het accent meer ligt op de verbinding en verhouding van alle losse woningen, dan op de specifieke losstaande architectuur. Binnen het strakke beeldende kader komen af en toe aspecten terug die de menselijke aanwezigheid verbeelden; close ups, wat bevindt zich achter een raam, fragmentarische beelden van mensen, aanpassingen van mensen aan hun omgeving, natuur tussen de architectuur.

 

Mijn fotografie leidt meer tot abstracte op zichzelf staande beelden dan tot realistische documentaire beelden. Ik presenteer ze dan ook als kleine autonome werken in een volgorde die uit gaat van vormtaal en ritme, meer dan van een chronologisch narratief. 

De reeks bestaat voor meer dan de helft uit staande kaders; de stad gaat de hoogte in, huizen en flats zijn op elkaar gestapeld, er zijn nauwelijks vergezichten, achter ieder gebouw doemt het volgende alweer op. Het derde deel bevat liggende kaders, maar ook hier is er nauwelijks overzicht en verdwijnt de mens tussen de jungle aan gebouwen. En is er ruimte, dan voelt deze eenzaam en besloten aan.

Binnen het doorlopende ritme vorm ik duo’s van beelden die een dialoog met elkaar aan gaan. Ik zoom in en uit van pagina naar pagina. Het ritme laat zich het beste voelen in een boek (30x30 cm), dan blader je met de stroom mee (en weer terug, heen en weer). De publicatie is tot dusver in een unieke oplage van 1 stuk gedrukt.

 

En Passent

Samen met de fotograaf is de kijker een passant: de kijker wordt uitgenodigd om niet voorbij te rennen, maar met aandacht elementen uit de stedelijke omgeving te bekijken waaraan normaal gesproken voorbij wordt gegaan.